Lojong(1b): alles is vergankelijk


I. begin met beginnen

BEREID JE VOOR

ALLES IS VERGANKELIJK

Voor me op tafel staan twee bloementakken. De een misschien een hortensia, een tak in volle bloei met bollen van kleine witte blaadjes en bovenaan uitmondend in kleine knoppen die nog kunnen uitlopen. De ander heeft iets weg van ridderspoor met bloemen in schakeringen van gentiaanblauw. De bladen van de onderste bloemen beginnen al licht te rimpelen, terwijl de bovenste net uit de knop voorzichtig beginnen uit te botten. Terwijl ik zo naar de bloemen kijk zegt iemand me dat de ridderspoor een snijbloem is en de hortensia een kunstbloem. Onmiddellijk verandert mijn beeld.

vanitas lojong



Wat er verandert is niet zozeer wat ik zie, maar hoe ik me daartoe verhoud. Het is alsof de hortensia opeens wat verder van me afstaat en minder mijn aandacht trekt. Mijn nieuwsgierigheid verliest haar urgentie: ik kan er ook op een ander moment aandacht aan geven en hetzelfde zien. In tegenstelling tot de ridderspoor. Die verandert geleidelijk en onherhaalbaar. Op een manier die uniek is en zich niet laat voorspellen. Die mijn verwondering blijft voeden.

Het is de vergankelijkheid van de ridderspoor die hem voor mij echt maakt. En daardoor waarde geeft. Meer waarde dan de hortensia die opeens onecht, want niet levend, blijkt te zijn. Het is in dat korte moment waarop je de verschuiving ervaart van ‘echt’ naar ‘onecht’ dat je de waarde voelt van vergankelijkheid. Dat wat vergankelijk is iets anders voor je betekent dan wat niet verandert en dat je er anders, zorgvuldiger mee omgaat. Dat je voelt dat verbinding, liefde, zorgzaamheid, tederheid en aandacht onlosmakelijk verweven zijn met vergankelijkheid.

Vergankelijkheid is daarom een bron van vreugde, plezier, zingeving en voldoening. Dat verliezen we weleens uit het oog, wanneer we haar vooral associëren met afscheid, verlies en verdriet.  Dat zouden we onszelf het liefst besparen en daarom is het verlangen naar het eeuwige en onveranderlijke ook altijd in ons aanwezig. Onze oefening is om de vreugde en de zin van het leven niet te zoeken in het onveranderlijke, maar juist in het vergankelijke, in het leven zelf. Onze oefening is om zonder enige terughoudendheid in die stroom te stappen.
introductie

tijd is beperkt etc.

https://m.imdb.com/title/tt0338013/?ref_=ext_shr_lnk

Freud:

‘Wat heeft het allemaal voor zin als alles toch tot stof vergaat?
Freud brengt dit argument (en het tegenargument) prachtig onder woorden in het korte essay ‘Over vergankelijkheid’,19 waarin hij vertelt over een zomerse wandeling die hij eens had gemaakt met twee metgezellen, een dichter en een collega-analyticus. De dichter beklaagde zich erover dat alle schoonheid is voorbestemd uiteindelijk tot niets te vergaan en dat alles waar hij om gaf van zijn waarde werd ontdaan door het feit dat het uiteindelijk zou verdwijnen. Freud kwam in opstand tegen de sombere conclusie van de dichter en bestreed dat vergankelijkheid alle waarde of betekenis tenietdoet.
‘Integendeel,’ riep hij uit. ‘Vergankelijkheid verhoogt dat juist. Als de mogelijkheid om ergens van te genieten beperkt is, neemt het genot juist toe.’ Vervolgens bracht hij een sterk tegenargument in tegen het idee dat vergankelijkheid onvermijdelijk zinloosheid met zich meebrengt:
 
Het was onbegrijpelijk, verklaarde ik, dat de gedachte aan de vergankelijkheid van schoonheid het plezier dat we aan die schoonheid beleven zou bederven. Wat de schoonheid van de natuur aangaat: die keert telkens als ze door de winter wordt vernietigd het jaar daarop terug, en als je dat afzet tegen de lengte van ons[…]’

‘Over ‘alles vervaagt’ heb ik al het een en ander gezegd, dus nu buig ik me over de implicaties van de tweede bewering. ‘Alternatieven sluiten elkaar uit’ is de achterliggende reden waarom zoveel mensen tot wanhoop worden gedreven door de noodzaak een beslissing te nemen. Elk ja houdt een nee in, elke positieve keuze be­tekent dat je andere keuzen moet laten vallen. Menigeen schrikt ervoor terug om ten volle te bevatten wat de onvermijdelijke grenzen en beperkingen zijn die nu eenmaal met het bestaan gepaard gaan.’

‘Alternatieven sluiten elkaar uit’ was iets wat misschien wel voor anderen gold, maar niet voor hem. Hij hield er voor zichzelf de mythe op na dat het leven een eeuwigdurende spiraal omhoog was naar een steeds grootsere en mooiere toekomst en hij verzette zich tegen alles wat die mythe in gevaar bracht.
Aanvankelijk zag het ernaar uit dat we ons tijdens de therapie moesten buigen over kwesties die met lust, trouw en besluiteloosheid te maken hadden, maar uiteindelijk ging het om het onderzoeken van diepere, existentiële zaken: zijn overtuiging dat zijn ster eigenlijk alleen maar voortdurend zou stijgen en steeds meer zou stralen, en dat hij tegelijkertijd vrijgesteld zou blijven van de beperkingen die voor andere stervelingen golden, zoals de dood. Les voelde zich (net als Pat uit hoofdstuk drie) ernstig bedreigd door alles wat maar zweemde naar dingen opgeven: hij deed er alles aan om te ontkomen aan de regel ‘alternatieven sluiten elkaar uit’, en zodra we erachter waren dat hij dat probeerde, konden we gerichter werken en verliep de therapie aanzienlijk sneller. Toen hij eenmaal accepteerde dat hij bepaalde dingen moest opgeven en er niet meer op uit was alles vast te houden wat hij ooit had[…]’

1
Mannelijk (1-lettergreep) : zou - vrouw
2
Vrouwelijk (2-lettergrepen): verloren - verkoren
3
Slepend: Na de beklemtoonde, rijmende lettergreep volgen nog twee onbeklemtoonde lettergrepen: vormen - doorstormen)
4
Understatement
5
Schijnbare tegenstelling (paradox)
6

(vrij naar Norman Fischer, Training in compassie – Zen Teachings on the Practice of Lojong , Irvin D. Yalom. ‘Tegen de zon in kijken’ en de zenlessen van Arthur Nieuwendijk, Zen.nl Amsterdam)

Your Header Sidebar area is currently empty. Hurry up and add some widgets.