trust your own eyes
(Of the two witnesses, hold the principal one)
Punt V. Meet je vooruitgang…

Vertrouw maar kijk ook naar buiten
“Vertrouw op je eigen ogen” past in een patroon van schijnbaar tegenstrijdige levenslessen. In de vorige slogan moesten we vooral minder ik-gericht worden. Nu moeten we weer het ik vertrouwen, nog meer dan wat anderen roepen. Deze tegenstrijdigheid is geen misleiding, maar speelt in op een fundamentele menselijke neiging: we trekken goede ideeën vaak door tot ze contraproductief worden. Net zoals een chauffeur van links naar rechts moet sturen om op de weg te blijven, hebben we soms tegengestelde adviezen nodig om in balans te blijven.
De slogan volgt op eerdere lessen over openheid en het loslaten van eigen perspectieven, en lijkt nu juist het tegenovergestelde te suggereren: vertrouw op jezelf. In de oorspronkelijke Indo-Tibetaanse tekst luidt het: “Van de twee getuigen, houd vast aan de belangrijkste” – waarbij de twee getuigen jijzelf en de rest van de wereld zijn, en jij de belangrijkste bent.
Deze boodschap is vooral relevant voor het beoordelen en verdiepen van je spirituele beoefening. Oefening is geen rigide instrument maar vereist subtiliteit en aanpassing: wat voor de één medicijn is, kan voor de ander vergif zijn; wat vandaag helpt, kan morgen nutteloos zijn. Het leven vraagt om voortdurende bijstellingen en verfijning, waarbij je bereid moet zijn opnieuw te denken en te beginnen.
De sleutel hierbij is: waar haal je je feedback vandaan? De tekst benadrukt dat jij uiteindelijk op jezelf moet vertrouwen. De menselijke subjectiviteit – het gevoel een persoon te zijn – wordt beschreven als een van de wonderlijkste verschijnselen op aarde. Niemand weet hoe het voelt om jou te zijn, en daarom kan alleen jij je eigen beoefening echt beoordelen.
Dit betekent niet dat je koppig moet zijn of anderen moet negeren. Feedback van anderen is essentieel en vaak zien zij dingen die jij mist. Maar uiteindelijk is het jouw verantwoordelijkheid om je leven zo helder mogelijk te zien en ernaar te handelen. Als je die verantwoordelijkheid overdraagt, word je een “wiebelig persoon” die voortdurend naar anderen kijkt voor richting.
Niemand anders je kan verheffen of kleineren – als de mening van anderen je verheft of vernedert, komt dat doordat je je eigen oordeel hebt opgegeven. Hoewel kritiek nooit prettig is, ben jij de enige rechter over je fundamentele eigenwaarde. Hierbij is het belangrijk te onthouden dat “vertrouwen op je eigen ogen” niet betekent dat je vervalt in zelfveroordeling, wat meestal neerkomt op negatieve vergelijking met anderen die schijnbaar perfect zijn.
De richting die nog geen weg is
We stellen ons balans vaak voor als een weegschaal waarvan beide schalen even zwaar zijn. Dan is er evenwicht. De beweging komt tot stilstand. Lasten en lusten keurig verdeeld. Dan is er eindelijk rust.
Maar ons leven is geen weegschaal. Het staat niet stil, het verandert onophoudelijk. En daarin is balans iets anders. Een beter beeld is dat van een fietser. Juist door in beweging te blijven blijft ze overeind. Als ze stopt, valt ze. Als ze botst, is ze te laat. Balans ontstaat niet door stilstand, maar door voortdurend afstemmen. Heuvelop anders dan bergaf, met tegenwind anders dan in de luwte.
Hoe stem je af?
Niet door te weten wat je moet doen, maar door op te merken wat er in jou verschuift. Daarmee komen we bij wat in de Lojong-traditie de eerste getuige wordt genoemd. Dat is niet de innerlijke stem die zegt wat goed of fout is en ook niet het eindeloze zelfonderzoek dat twijfel weg wil nemen of zelfrechtvaardiging zoekt.
De eerste getuige is eenvoudigweg dat wat in jou opmerkt dat er iets gaande is. Ze wijst je niet de weg, maar laat je ervaren dat er iets beweegt.
Je zegt ja tegen iets — terwijl er diep vanbinnen een klein ‘hmmm’ klinkt, een lichte terughoudendheid. Of je zegt nee, maar ergens in jou is er aarzeling, een tegenkracht, een onbestemd gevoel in je buik. Geen antwoord, geen oordeel. Iets dat je opmerkt, zonder te weten wat het betekent.
Soms noemen we dat intuïtie. Achteraf zeggen we: ‘Zie je wel, ik wist het al.’ Maar dat weten komt met terugwerkende kracht. Wat er op het moment zelf is, is een stille beweging. Een aanwijzing dat er iets in jou resoneert, of juist wringt.
De valkuil is te denken dat je dat op het moment zelf had kunnen weten. Dat als je maar beter geluisterd had, het antwoord helder zou zijn geweest. Alsof er ergens een innerlijk stemmetje zit dat precies zegt wat je moet doen. En dat het jouw taak is om dat stemmetje op tijd te horen.
Maar wat als die stem er helemaal niet is? Wat als je iets anders te ontwikkelen hebt? Niet het vermogen om antwoorden te horen, maar het vermogen om te blijven bij wat nog geen antwoord is. Dat is waar deze oefening over gaat. Niet weten, maar opmerken. Niet kiezen op basis van zekerheid, maar ruimte maken voor het onzekere. Daarin ontstaat afstemming — niet als vaste koers, maar als voortdurende gevoeligheid voor richting.
Intuïtie is niet de stem die zegt: ‘Doe dit.’ Ze zegt: ‘Let op. Hier gebeurt iets.’ Dat vraagt vertrouwen. Geen zekerheid, maar de bereidheid erbij te blijven. Zonder te grijpen naar oude reflexen, sociale verwachtingen of snelle overtuigingen.
Intuïtie wijst niet de weg, maar een richting. Je kunt een besef van richting hebben, maar dan heb je nog altijd een weg te kiezen, want er zijn vele wegen die dezelfde richting gaan. Intuïtie vraagt dan ook geen volgzaamheid, maar verantwoordelijkheid, de bereidheid om ruimte te maken voor wat zich aandient en daarbinnen je eigen keuze te maken. Niet uit zekerheid, maar uit betrokkenheid bij wat je als kloppend ervaart.
Werken met Lojong
Kun je een moment herinneren waarop je iets deed of besloot en later dacht: ‘Ik wist eigenlijk al dat het niet klopte’?
- Wat merkte je op dat moment zelf? Was dat lichamelijk, mentaal, emotioneel? Een stem? Een gewaarzijn? Een gevoel van afstand of juist nabijheid? Iets anders? Wat was het?
- Ervaar je de ‘eerste getuige’ altijd op dezelfde manier of verandert dat?
Vertrouw op je eigen ogen
Met “Vertrouw op je eigen ogen” merken we opnieuw iets op dat we al eerder zijn tegengekomen: de slogans lijken vaak in tegenstrijdige richtingen te wijzen. Er lijkt een onuitgesproken poging te zijn om het ene uiterste met het andere in evenwicht te brengen. Nauwelijks hebben we een slogan verwerkt, of de volgende dient zich aan en lijkt ons een totaal andere kant op te sturen.
Dat is geen perverse misleiding. Het speelt in op een van de belangrijkste kenmerken van onze typische menselijke dwaasheid: dat we geneigd zijn een goed idee door te trekken tot het slecht wordt. We gaan naar de linkerkant van de weg om een obstakel te vermijden, maar gaan te ver en belanden in de sloot. Dan moeten we naar rechts. Maar als we te ver naar rechts gaan, belanden we in de sloot aan de andere kant. Dus moeten we weer terug naar links.
We zagen dit bij het bestuderen van absolute bodhicitta in hoofdstuk 2. Daar hadden we de slogans Zie alles als een droom en Onderzoek de aard van bewustzijn. Die oefeningen maakten ons dromerig, afgekoeld, en enigszins losgekoppeld van de ruwe realiteit van het dagelijks leven. Tot op zekere hoogte was dat goed — een tegengif tegen onze gespannen onrust. Maar als je daarin doorschiet, raak je te afstandelijk, te afgekoeld. Dus moesten we terugkomen. De volgende slogan, Hecht je niet aan vrede, was het tegengif voor die toestand. Als we ons begonnen te ergeren aan mensen die onze diepe boeddhistische vredigheid en droomachtige staat verstoorden, herkenden we dat er iets niet klopte. We herinnerden ons Hecht je niet aan vrede, wat ons terugbracht naar het gewone leven, waar we thuishoren.
Hier gebeurt iets vergelijkbaars. We hoorden net dat we ons moeten openstellen, dat we niet zo vast moeten zitten aan ons eigen perspectief, dat we aan anderen moeten denken en ons leven moeten verruimen. En nu horen we: Vertrouw op je eigen ogen. Alleen jij kunt bepalen wat er in jouw leven gebeurt en wat je ermee moet doen.
De oorspronkelijke formulering van de Indo-Tibetaanse tekst luidt ongeveer: “Van de twee getuigen, houd vast aan de belangrijkste.” Die twee getuigen zijn jijzelf, en de rest van de wereld. De belangrijkste getuige ben jij.
Onthoud dat dit vijfde punt gaat over het beoordelen en verdiepen van je beoefening. Oefening is geen bot instrument, maar iets subtiels en gevoeligs. Slogans zijn slogans, maar ze moeten met finesse worden toegepast. Wat voor de een medicijn is, is voor de ander vergif; wat in de ene situatie werkt, is in de andere onjuist; wat vandaag helpt, kan morgen nutteloos zijn. Het leven is vol nuance en onzekerheid. Om te kunnen beoordelen wat er gaande is en wat je moet doen, moet je voortdurend bijstellen en verfijnen. Je moet altijd bereid zijn om opnieuw te denken en opnieuw te beginnen. Je moet vermijden de masochistische gewoonte om telkens je hoofd tegen dezelfde muur te stoten. Als je merkt dat je dat doet, is dat een duidelijk teken dat het tijd is om adem te halen en jezelf af te vragen wat er aan de hand is.
In dit proces van creatieve geestestraining: waar komt je feedback vandaan? Wie of wat vertrouw je om op koers te blijven? Deze slogan zegt: vertrouw op jezelf. Van de twee getuigen, vertrouw op de belangrijkste — en dat ben jij.
De menselijke subjectiviteit — het gevoel dat we allemaal hebben (en vanzelfsprekend vinden) dat we een persoon zijn — is een van de wonderlijkste en meest mysterieuze verschijnselen op aarde. Hoewel cognitief wetenschappers zoals mijn neefje hard werken om het te bestuderen en te doorgronden, begrijpt niemand het echt. En niemand weet werkelijk hoe het voelt om jou te zijn. Het innerlijke klimaat van wat het betekent om de unieke persoon te zijn die jij bent, is voor ieder ander onbekend. En daarom kun jij uiteindelijk als enige je eigen beoefening beoordelen en begrijpen.
Natuurlijk wil je niet koppig worden. Je moet anderen niet negeren. Andermans visie en feedback zijn essentieel. Vaak zien anderen jou helderder dan jij jezelf ziet. Maar toch is het jouw verantwoordelijkheid, en alleen die van jou, om je leven zo helder mogelijk te zien en te handelen naar wat je ziet. Niemand anders kan dat voor jou doen — zelfs als iemand anders een wijzere en helderdere kijk op jou heeft dan jijzelf. Zelfs dan ben jij het die moet besluiten dat perspectief over te nemen en het eigen te maken.
Het is niet de mening van anderen die uiteindelijk telt; het is jouw eigen gevoel van je leven dat jouw leven vormgeeft. Als je die verantwoordelijkheid overdraagt, word je een wiebelig persoon, die voortdurend naar links en rechts kijkt om te zien wat hij zou moeten doen of denken.
Het is dus echt onmogelijk voor iemand anders om jou te verheffen of te kleineren. Als de mening van anderen jou verheft of vernedert, komt dat alleen doordat jij je eigen oordeel hebt opgegeven. Niemand vindt het prettig om bekritiseerd of respectloos behandeld te worden. Maar wat betreft fundamentele eigenwaarde ben jij de enige rechter. Maar oordeel is een lastig iets. Vertrouwen op de belangrijkste getuige — jezelf — betekent niet dat je opnieuw het slachtoffer moet worden van zelfveroordeling. Zelfveroordeling, zoals we die meestal ervaren, is bijtend en niet behulpzaam.
Wat is zelfveroordeling eigenlijk? Als je het bestudeert, zie je dat het meestal neerkomt op vergelijking: jezelf als minderwaardig beschouwen ten opzichte van anderen, die ogenschijnlijk perfect zijn. We voelen onze tekortkomingen in relatie tot anderen — we stellen ons voor hoe anderen ons zouden beoordelen en nemen dat oordeel in onszelf op.
Zelfveroordeling komt in werkelijkheid niet van de voornaamste getuige. Het is een stiekem geïnternaliseerde functie van krachten van buitenaf. De voornaamste getuige is het zelf dat zichzelf niet veroordeelt, het zelf dat van zichzelf houdt en volkomen betrouwbaar is. Dat zelf kan best een negatieve beoordeling hebben van dit of dat, maar dat is dan een nuttige, niet een verpletterende beoordeling – hoe negatief die ook mag zijn. Een laag cijfer voor een proefwerk natuurkunde op de middelbare school is misschien niet wat je wilt, maar het is wel nuttig in het leerproces.
Bij het beoefenen van deze slogan moet je dus oppassen voor de gebruikelijke bijtende stijl van zelfveroordeling. Als je merkt dat die de overhand krijgt, stel jezelf dan de vraag: “Wie oordeelt hier over wie?” Je kunt dit meteen oefenen door het boek even opzij te leggen en bij deze zin te pauzeren.
“Wie oordeelt over wie?” Goede vraag. Het antwoord is niet meteen duidelijk. Wanneer je wordt aangevallen door zelfveroordeling, stel jezelf deze vraag keer op keer, totdat je een beetje rust vindt.
Deze slogan promoot niet, zoals het oppervlakkig misschien lijkt, conventioneel zelfvertrouwen of zelfgenoegzaamheid. En ze opent zeker niet de deur naar zelfveroordeling. Ze nodigt ons zachtjes uit tot een diep gevoel van innerlijk evenwicht, tot een diepere verbinding met de intimiteit van de geest.
Er is een zen-slogan die kan helpen dit te begrijpen:
“Als je alleen bent, oefen alsof je met anderen bent; en als je met anderen bent, oefen alsof je alleen bent.”
Dit probeer ik altijd toe te passen. Het is een daad van verbeelding, zoals veel spirituele oefeningen dat zijn. Een soort mentale en emotionele yoga.
Wanneer je bij anderen bent, probeer dan niet een acteur te zijn die de rol van jezelf speelt. Het is volkomen normaal dat we een rol spelen in het bijzijn van anderen — al merken we dat zelf vaak niet. We gebruiken het personage dat we beschouwen als ons sociale zelf om ons op onbewuste wijze te distantiëren van ons echte, intieme zelf. De slogan stelt voor dat we in plaats daarvan proberen ons voor te stellen dat andere mensen geen “anderen” zijn — dat ze niet buiten onze geest staan, niet beangstigend zijn, en dus geen optreden van ons vereisen. Stel je voor dat anderen eigenlijk delen zijn van je eigen geest, geen externe wezens die je moet imponeren of tevredenstellen. Ze zijn net zo intiem met jou verbonden als jij met jezelf.
Als je je op deze manier tot anderen kunt verhouden, op basis van verbeelding, kun je ontspannen zijn, makkelijk in de omgang, vertrouwen hebben en niet bang zijn — omdat bij anderen zijn aanvoelt als bij jezelf zijn. Er is geen noodzaak om bijzonder of opvallend te zijn. Je kunt gewoon echt zijn, zeggen en doen wat je voelt. Als je daar je gemak in vindt, merk je dat er geen reden is om jezelf te censureren. Als je voelt dat anderen jij zijn en jij zij, dan zullen je impulsen vanzelf sociaal aanvaardbaar zijn — en zelfs vriendelijk. Het is een enorme opluchting om op deze manier te oefenen. Sociale angst verdwijnt bijna volledig.
Aan de andere kant, wanneer je alleen bent, probeer dan niet te verzinken in de gebruikelijke matte subjectiviteit die optreedt wanneer je denkt dat niemand kijkt, niemand ziet wat je doet, en je dus onzichtbaar kunt zijn — een soort dommige dwaas met de radio en tv tegelijk aan, gedachteloos typend op je computer of smartphone. Om die alledaagse toestand te verbeteren, stel je dan voor dat je midden in een menigte staat — een menigte van goede, vriendelijke, serieuze mensen die jou mogen en je inspireren om jezelf met evenveel waardigheid te gedragen als zij. Omringd door zulke mensen voel je je vanzelf op je best. Je let op wat je doet en zorgt goed voor alles wat zich aandient.
Stel je voor dat je je ook zo voelt wanneer je alleen bent — geïnspireerd en verheven door je eigen gezelschap!
Het lijkt mij een kenmerk van onze hedendaagse cultuur dat we in het hart van onze subjectieve beleving een gevoel van schaamte of ongemak met onszelf meedragen. Daardoor voelen we ons diep ongemakkelijk met onszelf — en dat is waarschijnlijk ook waarom we niet graag lang alleen zijn.
Tijdens lange meditatie-retraites heb ik vaak gezien dat mensen zich erg ongemakkelijk voelen als ze te dicht bij de directe ervaring komen van simpelweg een mens te zijn. Gewoon dat: een persoon zijn, niets meer. Om daar comfortabel mee te raken, moeten ze zich een weg banen door schaamte, angst en ongemak.
Dat betekent dat wat wij van onszelf ervaren, niet werkelijk is wat ons zelf in wezen is. Dat is een verbijsterend idee: dat de persoon die we van binnen voelen als een soort vervorming bestaat — een slechte gewoonte. Dat dit “ik” eigenlijk niet ons echte zelf is, maar een vorm van zelfhechting en zelfverwarring die we ervaren en onze identiteit noemen.

