Work with the greatest defilements first
of wandel een stapje naar voren of naar achteren:
Punt 6: wees vaardig in relaties
In balans zijn wil zeggen dat je met evenveel gemak het ook anders kunt doen. Dat is niet altijd wat je denkt bij in balans raken. Bijvoorbeeld de reactie op de slogan ‘werk eerst aan je grootste probleem’ kan irritatie oproepen. Hoe weet ik nu wat mijn grootste probleem is? Die vraag om een verklaring kan je verstarren. We hebben standaardreacties hoe je reageert op een probleem. Bijvoorbeeld meteen in oplossingen denken of boosheid. Of je terugtrekken… Dat getuigt allemaal niet van evenwicht, toch?
Zen is steeds weer teruggaan naar de vraag ‘Kan ik het anders doen?’. Verwonder je weer over jezelf en de wereld. Laat je vooringenomenheid los.

Soms is ons grootste probleem onze standaardreactie op problemen. Voor je reageert ben je eigenlijk al bevoordeeld ten opzicht van jezelf en van anderen. De oefening van slogan 27 ‘Werk eerst aan je grootste probleem’ is om dat verklaren, dat duiden door middel van denken, achter je te laten. Kijk door je ogen van een klein kind naar de wereld. De beginnersblik. Deze blanco visie brengt je meteen in het nu. Zien wat er is. Verwonder je en voel de prettige ervaring van niet-weten.
Niet alleen “met de kippenpoep bezig zijn, maar met de kip zelf”
Met andere woorden: hou je niet bezig met triviale ongemakken of symptomen aan de oppervlakte, maar ga direct naar de kern van het probleem, hoe confronterend dit ook is. Dit vergt moed en eerlijkheid, maar het is precies de weg om diepgewortelde ego-gecentreerdheid en verwarring te doorbreken. Uiteindelijk is “je grootste probleem” niet je externe omstandigheden, maar de innerlijke reactie daarop – je eigen geest. Door dit te herkennen en eraan te werken, leg je de basis voor echte bevrijding en ontwaking van bodhichitta, het compassievolle hart. In het boeddhisme zijn defilements (klesha’s in het Sanskriet, vaak vertaald als bezoedelingen of mentale vergiften) de innerlijke verstoringen die je helderheid, vrede en inzicht vertroebelen. Daar kan je eerst aan werken, zegt Lojong 27. Ze bepalen voortdurend je perspectief op een niet behulpzame manier.
De vormen van onze reacties verschillen — naar voren duwen, terugtrekken, analyseren, sussen, vluchten — maar ze vervullen in wezen dezelfde functie: ze herstellen een gevoel van oriëntatie wanneer we even niet meer weten waar we staan.
- Boosheid geeft houvast door kracht.
- Piekeren door kennis.
- Afleiding en terugtrekken door afstand.
- Hyperactiviteit door initiatief.
Allemaal strategieën om grip te vinden wanneer we ons overweldigd of machteloos voelen.
Toch begint dit alles al een stap eerder. Want voordat we duwen, denken, sussen of terugtrekken, hebben we de gebeurtenis al geduid: een structuur gegeven, een verklaring, een betekenis.
Zo bekeken is je grootste probleem niet wat je doet, maar de haastige, bijna onweerstaanbare impuls om de werkelijkheid onmiddellijk te interpreteren. We reageren vaak niet op “de dingen zelf”, zoals in zen wordt gezegd, maar op onze snelle duiding ervan.
Kun je ervaren zonder meteen te begrijpen? Dat vraagt om een verschuiving: van de drang om te weten naar de mogelijkheid om te zien.
Om slogan 27 in de praktijk te brengen, zijn er concrete oefeningen ontwikkeld binnen de Tibetaanse tradities (Kadampa, Kagyu, Nyingma) om met specifieke klesha’s te werken. De eerste stap is introspectie: eerlijk onderzoeken welke verstorende emotie bij jou het meest naar voren treedt. Boeddhistische leraren zoals de Kadampa-meesters raden aan eerst dát ene “zware” vergif gericht te zuiveren . Vervolgens pas je gerichte antidota toe – meditaties of contemplaties die het tegenovergestelde gezonde element in jou versterken. Enkele klassieke aanbevelingen voor veelvoorkomende grootste problemen zijn:
- Hechting / Begeerte – Oefen in het doorzien van de illusie van aantrekkelijkheden. Mediteer op vergankelijkheid en de onbevredigendheid of onzuiverheid van datgene waar je zo aan gehecht bent . Bijvoorbeeld een contemplatie over hoe materiële bezittingen vergaan, of een asubha-meditatie op de onesthetische aspecten van het menselijk lichaam om lust te temperen. Dit cultiveert onthechting en contentement.
- Woede / Haat – Ontwikkel doelgericht liefdevolle vriendelijkheid en geduld als tegengif. Je kunt metta-meditatie doen, waarin je bewust gevoelens van goodwill en begrip opwekt, ook naar de persoon of situatie die je boos maakt . Een andere oefening is je te verplaatsen in de ander en te beseffen dat ook hij/zij lijdt. Door regelmatig op vriendelijkheid en verdraagzaamheid te mediteren, dooft de hitte van woede geleidelijk.
- Onwetendheid / Verwarring – De remedie tegen fundamentele onwetendheid is het cultiveren van wijsheid. Dat doe je via meditatie op bijvoorbeeld leegte (shunyata) of onderlinge verbondenheid, zodat je inziet dat je gedachten en problemen niet op zichzelf staande, vaste entiteiten zijn . Ook contemplatie op de Vier Edelste Waarheden of op causaal verband (pratitya-samutpada) kan helpen om mentale duisternis te verjagen en helder inzicht te brengen.
- Trots / Ego-arrogantie – Oefen in nederigheid en relativeringsvermogen. Herinner jezelf aan de impermanentie van het leven en aan het feit dat lijden iedereen treft, inclusief jezelf . Een klassieke contemplatie is die op de zekerheid van de dood en de beperkingen van het ego: alles wat je nu bent of hebt, zal op een dag verdwijnen. Dit besef maakt trots vanzelf zachter. Sommige leraren (vooral binnen de Kadampa-traditie) adviseren ook meditatie op de slechtes van samsara – bijvoorbeeld visualiseren van de lagere bestaansrijken – om hoogmoed te temperen .
- Jaloezie / Afgunst – Kweek bewust vreugde in andermans geluk (mede-vreugde, mudita). Een gerichte oefening is rejoicing: denk aan de kwaliteiten en successen van degene op wie je jaloers bent, en spreek innerlijk expliciet de wens uit dat die persoon gelukkig mag zijn met zijn voorspoed. Door dit geregeld te doen, ontwikkel je een oprechter gevoel van medegunnen, wat jaloezie op den duur oplost . Ook equanimiteit-meditatie – beseffen dat iedereen zijn eigen pad heeft en vergelijken niets oplevert – is een krachtig tegengif, zoals Dilgo Khyentse Rinpoche aanbeveelt .
Naast deze specifieke antidotoefeningen is er een centrale Lojong-methode die bij álle soorten problemen ingezet kan worden: Tonglen (geven en nemen). Tonglen is een contemplatieve meditatie waarbij je op de inademing het lastige volledig toelaat, en op de uitademing iets goeds terugzendt. Je maakt daarbij gebruik van het ademritme om emotioneel te transformeren. Bijvoorbeeld: zit je “grootste probleem” op dat moment in intense angst, pijn of boosheid, dan adem je die ervaring bewust in – voor jezelf en alle wezens die dit voelen – en adem je kalmte, verlichting en liefde uit naar jezelf en al die anderen. In plaats van je hart te beschermen door af te sluiten, train je erin het ongemak binnen te laten zonder weerstand en er met compassie ruimte voor te maken. Pema Chödrön benadrukt dat tonglen-beoefening een krachtige manier is om onbevreesdheid te ontwikkelen: je ontdekt dat angst eigenlijk voortkomt uit het willen beschermen van je hart, en door tonglen leer je die beschermingsreflex zachtjes los te laten . Het resultaat is dat je geleidelijk minder bang wordt voor moeilijke gevoelens – je durft ze te voelen en te verzachten. Tonglen en vergelijkbare lojong-meditaties leren ons dus om precies datgene waar we het meest voor terugdeinzen als materiaal voor ontwaken te gebruiken.
Ten slotte is mindfulness een basis voor al deze oefeningen: in meditatie (bijvoorbeeld shamatha of ademhalingsmeditatie) train je je geest om opmerkzaam en kalm te blijven, zodat je een verstorende emotie kunt opmerken zodra die opkomt. “Als je zelfs tijdens afleiding kunt blijven oefenen, ben je goed getraind,” luidt een andere slogan . In de context van slogan 27 betekent dit: hoe sneller je je grootste probleem herkent op het moment dat het zich aandient, hoe beter je in staat bent direct het antidotum toe te passen, of het nu tonglen, liefdevolle vriendelijkheid of een inzichtsmeditatie is. Door consistente meditatiebeoefening ontwikkel je die wakkerheid en het vermogen oude patronen te doorbreken precies op het kritieke moment.
Voorbeelden bij persoonlijke uitdagingen
Ter illustratie, een aantal concrete scenario’s waarin je “werk aan je grootste probleem” kunt toepassen:
Weerstand / Tegenzin – Je merkt een sterke weerstand tegen iets in je leven dat eigenlijk goed voor je zou zijn (bijvoorbeeld een verandering, een disculpatie, of simpelweg het voelen van een bepaalde emotie). Weerstand uit zich vaak als uitstelgedrag, ontkenning of blokkade. Werk aan je grootste probleem betekent hier: precies die barrière als eerste aangaan. Pema Chödrön schrijft dat je moet beginnen waar je je het meest vast voelt – dus identificeer die ene stap of dat ene gesprek waarvoor je zo’n tegenzin voelt, en maak het tot je oefening om het toch te doen. Bijvoorbeeld: je hebt al lang ruzie met iemand maar vermijdt het goed te maken – je weerstand komt voort uit trots of angst voor kwetsbaarheid. Maak dit dan je prioriteitsproject: benader die persoon stap voor stap, oefen in vergeving of zeg wat je écht voelt. In meditatie kun je de fysieke sensatie van weerstand (bijv. spanning in het lichaam, “dichtklappen”) observeren en leren daarbij aanwezig te blijven zonder ervoor weg te lopen. Door dit regelmatig te doen, merk je dat de enorme muur van tegenzin begint af te brokkelen. Je ontwikkelt een flexibelere, opener houding, en wat eerst een bedreiging leek wordt een kans om te groeien in moed en wijsheid. Precies zoals Dilgo Khyentse Rinpoche aangeeft: richt al je dharmabeoefening op het temmen van je sterkste emotie, en als die ontrafeld wordt, zullen kleinere obstakels vanzelf ook verminderen .
Angst (vrees) – Stel, je merkt dat angst je leven erg beperkt – bijvoorbeeld sociale angst of angst voor falen. In plaats van moeilijke situaties te vermijden, besluit je hiermee te oefenen. Tijdens een moment van intense angst kun je tonglen toepassen: je ademt de benauwde angstgevoelens in en realiseert je dat ontelbare anderen ditzelfde meemaken; op de uitademing stuur je jezelf en al die anderen moed en ontspanning toe . Deze oefening opent je hart juist op het moment dat je geneigd bent het te sluiten. Daarnaast kun je in meditatie je angst observeren als vergankelijke sensatie, zonder erdoor meegesleept te worden. Door zo je angst aan te kijken en er mee te werken, vermindert haar greep op je geleidelijk – je ontwikkelt veerkracht en fearlessness, zoals Pema Chödrön het noemt .
Zelfgerichtheid (egoïsme) – Je merkt dat je vaak vooral met je eigen belang bezig bent, wat frictie geeft in relaties of een gevoel van leegte. Volgens de Lojong-leringen is zelfgerichtheid eigenlijk de wortel van al onze problemen; alle boeddhistische dharma draait erom dit egoïstische denken te verzachten . Concreet kun je oefenen om bewust de aandacht van “ik, mij, mijn” naar anderen te verleggen. Bijvoorbeeld: doe elke dag een kleine onbaatzuchtige daad, of visualiseer in de ochtend dat je jouw geluk gunt aan anderen en hun leed van hen overneemt (een vorm van tonglen). Wanneer je merkt dat je in een gesprek alleen over jezelf praat of wilt winnen, herinner je dan de slogan – mijn neiging tot ik-gerichte trots is nu het probleem waaraan ik moet werken. Dit kan betekenen: oprecht luisteren naar de ander, of hun succes gunnen in plaats van zelf de erkenning te zoeken. Door stelselmatig je zelfgerichtheid uit te dagen, groeit je besef van verbondenheid en altruïsme, wat zowel jou als je omgeving ten goede komt.
Trots (arrogantie) – Bijvoorbeeld op je werk presteer je uitstekend en je merkt dat je neer gaat kijken op collega’s of geen feedback meer accepteert. Werk aan je grootste probleem herinnert je er dan aan dat deze trots een vergif is dat verdere groei blokkeert. Je kunt dit aanpakken door jezelf actief te vernederen in de positieve zin: breng jezelf in situaties die je bescheidenheid cultiveren. Zoek bijvoorbeeld eens bewust advies bij een collega, of geef een ander het podium. In meditatie kun je contempleren op de vergankelijkheid van status en succes – alles verandert, jouw huidige overwicht is niet permanent . Ook herinner je jezelf eraan dat iedereen, ongeacht positie, uiteindelijk dezelfde menselijke kwetsbaarheid en dood onder ogen moet zien. Zulke reflecties (zoals aanbevolen in de Kadampa-traditie) helpen de grond onder je ego wat losser te maken . Je merkt dat door deze oefeningen je houding verzacht: echte eigenwaarde komt voort uit nederigheid en verbondenheid, niet uit jezelf boven anderen te plaatsen.
Oordelen / kritisch vergelijken – Je betrapt jezelf erop dat je voortdurend andere mensen beoordeelt – of het nu uiterlijk, gedrag of prestaties zijn. Dit schept afstand en negatieve gedachten. Lojong-slogan 26 zei al: houd op met het wikken en wegen van anderen, want voortdurend oordelen komt vaak voort uit onzekerheid en vergelijking . Slogan 27 gaat een stap verder: richt diezelfde kritische blik nu op je eigen grootste zwakte, en beoefen daar geduld en begrip. Concreet: telkens als je merkt dat je iemand bekritiseert in gedachten, gebruik dat als alarmbel. Stop even en vraag jezelf af: “Wat zegt dit over mij? Welk innerlijk probleem ontwijk ik nu?” Misschien voel je je bijv. minderwaardig en uit zich dat als neerpraten op de ander. Gebruik dat inzicht vervolgens om compassie te genereren – zowel voor de ander als voor jezelf die blijkbaar pijn of onzekerheid voelt. In plaats van te projecteren, keer je terug naar je eigen hart. Je zou zelfs in stilte een tonglen kunnen doen: adem de neiging tot oordelen in (samen met alle pijn die daaronder zit bij jou en anderen), en adem waardering en vriendelijkheid uit naar zowel jezelf als de ander. Zo transformeer je oordelen in begrip.
Norman Fischer zegt:
Ieder van ons krijgt zijn eigen persoonlijke gave van gekte, zijn eigen voorkeursneiging tot decompensatie. Sommigen worden boos, sommigen depressief, sommigen angstig. Sommigen zijn bemoeizuchtig, sommigen lui, sommigen hyperactief, sommigen afleidbaar. Een van de inzichten van de mindtraining Lojong is dat er geen normaal is. En dat is een grote opluchting. We zijn allemaal abnormaal, elk op onze eigen heerlijke manier. De kunst is ten eerste om dit te accepteren en ten tweede om een idee te hebben van de belangrijkste manieren waarop je abnormaal bent. Laten we zeggen dat het woede is. Je wordt gemakkelijk boos, en als je boos bent voel je je ellendig, en je zegt en doet onvermijdelijk domme dingen waarvoor je je later
Wroeging en schaamte – en je bent je hele leven al zo. Zo goed, nu ben je je bewust van je persoonlijke gave, je schat. Ik heb het al gehad over Suzuki Roshi’s cruciale uitspraak: “Voor een Zen-student is onkruid een schat.” In plaats van je probleem met woede te zien als een persoonlijk gebrek dat je moet verbergen of overwinnen, zie je dit onkruid als een schat.
Je neemt niet het besluit om aan andere dingen te werken en dit moeilijkste voor later te bewaren. Je neemt je voor om er nu aandacht aan te besteden en aandacht te blijven besteden totdat, door je voortdurende aandacht na verloop van tijd, dingen beginnen te veranderen.
Later zal iets anders je grootste probleem zijn
Er is altijd iets. Werken met deze slogan helpt je in te zien dat je je grootste problemen niet van de ene op de andere dag hoeft te overwinnen en dat je ze ook niet moet uitstellen tot een andere keer. Besteed op dit moment aandacht aan wat je het meest stoort aan jezelf in je relaties met anderen en vertrouw erop dat je door gewoon op te letten beetje bij beetje zult zien wat je moet doen.

