Take on the three principal causes: the teacher, the dharma, the sangha
Punt VII
Leef op je gemak in een krankzinnige wereld
Van de drie hoofdoorzaken is de eerste het vinden van een goede leraar. Niemand kan geesttraining alleen doen. De training vereist een gemeenschap van vrienden om mee te leven en je aan te moedigen, en een gids of gidsen om je te helpen.
Gemeenschap is van cruciaal belang voor ons leven. We verlangen er allemaal naar, ook al druist het in tegen onze heldhaftige ‘can-do frontier spirit’, waarin we blijven geloven, zelfs in een globale wereld. Deze geest van zelfredzaamheid is goed. Maar gemeenschap blijft essentieel. Niemand kan zonder. Vroeger betekende gemeenschap buren en medebroeders; tegenwoordig is gemeenschap zowel beperkter als veel breder en diverser dan dat. Gemeenschap is minder ingebouwd dan vroeger en is meer afhankelijk van ons eigen initiatief en keuze.Leraren zijn een belangrijk onderdeel van onze gemeenschap. Het is niet belangrijk dat onze leraren groot of verlicht zijn; in feite kan het hebben van een grote of verlichte leraar soms een nadeel zijn. Het gaat erom een leraar te vinden met wie je echt kunt samenwerken, een leraar die je echt kan helpen.
In deze tijd van internet en verre reizen hebben veel mensen leraren die ze zelden zien of misschien nog nooit hebben ontmoet. Op de een of andere manier kunnen we de hulp vinden die we nodig hebben.
De tweede hoofdoorzaak is Besef hoe belangrijk het voor je is om je geest te temmen. Besef dat geesttraining niet optioneel is, maar essentieel. Alles in je leven hangt ervan af. Je baan, je familie, je relaties hangen allemaal af van je stabiele, levendige en vriendelijke geest. Als je geest donker en instabiel zou worden, zou alles uit elkaar vallen.
De derde hoofdoorzaak is Besef dat je hebt wat je nodig hebt. Je leeft, je hebt bewustzijn, je leeft in een wereld met anderen, je hebt de motivatie om een goed leven te leiden, je hebt te eten en een dak boven je hoofd. Wat heb je nog meer nodig? Deze slogan beoefenen is eenvoudigweg dit alles in herinnering brengen wanneer je chagrijnig of ontevreden wordt: denk aan je gemeenschap en leraren, denk aan het belang van geesttraining, denk eraan dat je hebt wat je nodig hebt om het te doen
Arthur:
Verdiep je in de drie condities
Je gewoontes herkennen is moeilijk, ze veranderen nog veel moeilijker. Daarom train je je geest. Om gewoontes die niet behulpzaam zijn te veranderen in gewoontes die dat wel zijn. Het volstaat om je te richten op één gewoonte. Omdat die gezien wordt als de oorsprong van alle gewoontes die niet behulpzaam zijn. Dat is de gewoonte om de wereld altijd te zien vanuit jouw perspectief. Het doel van de training van de geest is om die gewoonte te vervangen door de gewoonte om jezelf te zien vanuit het perspectief van de wereld, een egoloos perspectief. Dat wil niet zeggen dat je uitgewist wordt of opgaat in een groter geheel. Integendeel. Je ziet jezelf juist scherp. Alleen niet apart en als uitzondering, maar als één van de anderen.
Je geest trainen is moeilijk en vraagt om drie condities. De eerste is de overtuiging dat het mogelijk en zinvol is om je geest te trainen. We hebben allemaal het vermogen om met onze eigen geest te werken en toch zijn er maar weinig mensen die het doen. Misschien omdat je niet weet wat het je brengt. Zelfs niet of het je iets brengt. Dat vraagt om vertrouwen.
Een tweede conditie is de mogelijkheid om te kunnen trainen. Een tekort aan voedsel en kleding kan in de weg staan. Maar ook een gebrek aan tijd, een ontoereikende lichamelijke of geestelijke gezondheid of een gevoel van onveiligheid.
Als derde conditie worden ‘spirituele vrienden’ genoemd. Je hoeft het niet alleen te doen en misschien kun je het ook niet alleen.
In de Meghiya sutra onderstreept Boeddha het belang van vriendschap. Deze sutra gaat over de jonge en enthousiaste monnik Meghiya, die het helemaal zelf wil doen. Hij vertrekt om te mediteren in een prachtig en rustig mangobos. Maar zijn meditaties zijn allesbehalve vredig en mooi. Tot zijn schik merkt hij dat zijn geest verstrikt raakte in kwaadaardige, wellustige en verwarde gedachten. Het lukt hem niet om zijn aandacht van zichzelf vandaan te richten. Hij keert terug en deelt zijn ervaring met de Boeddha. Die is niet verrast en vertelt hem het volgende:
‘Vijf dingen veroorzaken een bevrijding van het hart en blijvende vrede. Ten eerste goede, bewonderenswaardige mensen als vrienden. Ten tweede, deugdzaam gedrag. Ten derde, frequente gesprekken die inspireren en aanmoedigen om te oefenen. Ten vierde, toewijding, energie en enthousiasme voor het goede. En ten vijfde, inzicht in vergankelijkheid.’
Vervolgens neemt de Boeddha de lijst opnieuw door. Daarbij laat hij het eerste punt steeds vooraf gaan aan een volgend punt. Hij zegt: ‘Als een monnik bewonderenswaardige mensen heeft als vrienden, metgezellen en collega’s, dan is er deugdzaam gedrag,’ enzovoort. Met andere woorden, vriendschap is het belangrijkste element op het spirituele pad. Al het andere vloeit er uit voort.
We hebben anderen nodig. Om ons te wijzen op de gewoontes waar we zelf blind voor zijn. Om ons van onszelf te bevrijden zodat we de plek in de wereld kunnen innemen die ons altijd al gegeven was.

