Punt III. Neem moeilijke situaties
op in je pad naar verlichting
When the world is filled with evil, transform all mishaps into the path of bodhi
Tussen blokhaken het associatieve werkwoord waarmee je een praktische invulling kan geven aan de oefening. Bepaal voor jezelf welk werkwoord naar aanleiding van deze slogan, het beste voor jou de theoretische lading dekt.
De vicieuze geest
Als je iets gebeurt dat vervelend is, ontstaat de drang om iemand dat te verwijten of daarvan de schuld te geven. Als er daarentegen iets plaatsvindt dat je blij maakt en een goed gevoel geeft is er de neiging om iemand daarvoor dankbaar te zijn.
De slogans 11, 12 en 13 samen wijzen een andere richting: omarm de tegenspoed (11) , geef niemand de schuld (12) en wees iedereen dankbaar (13). Of het nou goed gaat of slecht, er is niemand, dus ook niet jezelf, die daar dé oorzaak van is. Om deze slogans in praktijk te brengen kun je eigenlijk niet anders dan je overtuigingen over de relatie tussen oorzaak en gevolg herzien. En precies dat is de kern van de boeddhistische leer. Niet meer zoeken naar die ene oorzaak van je ellende of geluk, maar oog ontwikkelen voor hoe je leven vorm krijgt door omstandigheden die dat mogelijk maken én hoe die omstandigheden op hun beurt weer mogelijk worden door de wijze waarop jouw leven zich vormt. De boeddhistische blik ziet de wederkerigheid van oorzaak en gevolg. Neem bijvoorbeeld een gesprek. Mede door het gesprek ontstaan gedachten en veranderen emoties bij de gesprekspartners. Die veranderingen dragen op hun beurt bij aan het verloop van het gesprek. Zowel het gesprek als de gedachten en emoties zijn elkaars oorzaak én elkaars gevolg. Of neem een moeilijke gebeurtenis. Je loopt op een kruispunt en ziet in een flits een meisje oversteken en door een auto bijna overreden worden. Hij komt met piepende tot stilstand.

Wat zijn je gevoelens hierbij? Vanwege de kwetsbare positie gingen mijn beschuldigende gedachten eerst uit naar de bestuurder. ‘Wat een zak,’ dacht ik ‘Hij rijdt ondanks het feit dat het groen was, heel onbesuisd.’ Daarna realiseerde ik mij dat het meisje door rood liep. ‘Zij had moeten wachten. Dat was enorm stom van haar. Vind je het gek dat ze bijna onder die auto lag… wat een tut hola!’. In mijn eerste reacties was ik geneigd eerst naar de schuldigen te zoeken en dan pas mij te realiseren wat hier aan de hand was. Het was nog maar net goed gegaan. Het meisje had geen letsel, wel een enorme shock. De bestuurder stapte lijkbleek uit de auto en had bijna een kind dood gereden. Er waren alleen maar verliezers. Toch kun je in zo’n situatie in eerste instantie alleen maar denken in oorzaak en gevolg, in dader en slachtoffer.
De wederkerigheid van oorzaak en gevolg vind je ook terug in de werking van de geest, al zijn er dan vaak meer stappen bij betrokken. Een aantal dagen geleden schommelde de temperatuur rond het vriespunt. Het was mistig en guur. Ik fietste naar de zendo en voelde de kou raspend op mijn wangen. Dat bracht een onbestemd gevoel van ongemak teweeg. Dat droeg eraan bij dat ik rillingen voelde vanaf mijn schouder langs de rechterkant van mijn rug. Dat voedde de gedachten dat de tram ook een optie is en dat mijn muts wel mijn hoofd, maar niet mijn wangen bedekt. Dit bracht mijn aandacht weer terug bij mijn wangen die nu een snijdende kou voelden. Het gevoel van ongemak werd dieper en donkerder, de rilling die zich vervolgens aandiende sterker. Er kwamen weer gedachten op en die brachten me opnieuw terug bij mijn wangen. Zo ging het door en op zeker moment realiseerde ik me dat ik steeds weer ongeveer dezelfde cirkelbeweging maakte. Dat bij elke rondgang mijn weerstand groter werd en dat naarmate mijn weerstand groter werd, het buiten kouder werd.
Onze geest maakt voortdurend cirkelbewegingen die zichzelf in standhouden en versterken. Van die bewegingen zien we vaak maar een deel. Als vanzelf richt onze aandacht zich op de sterkste emotie, de meest dwingende gedachte of de druk die je voelt op bepaalde plekken in je lichaam. Met die aandacht komt de vraag wat de oorzaak is van dat verdriet, die bezorgdheid of stress. Wat gebeurt er als je je aandacht niet richt op die emotie, gedachten of stress, maar op hoe die emotie bijdraagt aan het ontstaan van die gedachten, hoe die gedachten mede mogelijk maken dat er stress ontstaat en hoe de stress vervolgens weer de emotie voedt? Dan draait het niet meer om de emotie, gedachten of stress, maar om de circulaire beweging die je geest maakt. De vraag is dan niet hoe je die emotie, gedachten of stress wegneemt, maar hoe je je geest anders kunt laten bewegen, hoe je de cirkel doorbreekt. Dat kan op elke punt in de cirkel. Hoe beter je de cirkelgangen van je geest kunt volgen, hoe meer mogelijkheden je daarvoor gaat zien.
Van negatieve naar positieve motivatie: wat er ook op je pad komt (een orkaan of een enkele rimpeling in het water), je moet je ertoe verhouden…
Dat proces begint niet pas bij je reactie, maar al bij de eerste indrukken die je ervan opdoet. Neem een onverwachte wending in je eigen leven of dat van anderen: zie je die als een obstakel, een hindernis die je in de weg staat om jezelf te ontplooien, als tegenspoed? En is het behulpzaam om de nieuwe omstandigheden als tegenspoed te ervaren?
Iedereen loopt anders. Je herkent iemand vaak al van een afstand aan de manier van lopen. Soms is zelfs het ritme van de voetstappen genoeg om te weten wie er nadert. Hoe je loopt is volstrekt uniek en tegelijkertijd een gewoonte die je ooit hebt aangeleerd. Maar sta je daar ooit bij stil? Je manier van lopen voelt zo vanzelfsprekend dat het bijna onmogelijk lijkt om die bewust te veranderen. En áls je dat al zou willen, hoe zou je dat dan aanpakken?
Net als lopen is ook de manier waarop je de wereld en jezelf ervaart een gewoonte die je hebt ontwikkeld. Die voelt zo vertrouwd dat je je nauwelijks kunt voorstellen dat je het anders zou kunnen doen. Maar soms merk je dat een bepaalde manier van waarnemen of reageren niet behulpzaam is. Op zulke momenten ontstaat er ruimte voor verandering.
Wat er ook op je pad komt, je moet je ertoe verhouden. Dat proces begint niet pas bij je reactie, maar al bij de eerste indrukken die je ervan opdoet. Neem een onverwachte wending in je eigen leven of dat van anderen: zie je die als een obstakel, een hindernis die je in de weg staat om jezelf te ontplooien, als tegenspoed? En is het behulpzaam om de nieuwe omstandigheden als tegenspoed te ervaren?
Achter de ervaring van iets als tegenspoed gaat weerstand schuil. Die weerstand voedt de neiging om te klagen, verwijten te maken en jezelf te beklagen. Dit leidt weer tot frustratie of boosheid, die spanning in je lichaam veroorzaakt. Die spanning roept vervolgens vragen op als: Waarom overkomt míj dit? Waarom doet iemand dit? Zulke vragen versterken je overtuigingen over hoe het leven zou moeten zijn en wat je ervan mag verwachten. En zo keer je weer terug bij je weerstand en de ervaring van tegenspoed.
Dit is een voorbeeld van hoe gedachten, emoties en lichamelijke sensaties elkaar oproepen, bevestigen en versterken. Een cirkelbeweging die zo vertrouwd raakt dat hij een gewoonte wordt, net als de manier waarop je loopt.
Weerstand voedt negatieve motivatie en omgekeerd: je doet iets omdat je iets niet wilt. Maar niet elke motivatie werkt zo. Stel je een schilder voor die voor een leeg canvas staat. Schildert zij omdat ze de leegte van het doek niet kan verdragen en die weg wil nemen? Of omdat ze een verlangen voelt om vorm te geven? Haar mogelijkheden worden hoe dan ook begrensd door de grootte van het doek, de materialen die ze heeft, de plek waar ze werkt en de tijd die ze heeft. Maar binnen die beperkingen is er vrijheid te vinden.
De oefening is om steeds weer een positieve motivatie te vinden in hoe je omgaat met wat er op je pad komt – zelfs als je er niet voor hebt gekozen en het liever anders had gewild.
Je gewoonten, of het nu gaat om lopen of denken, zijn als de penseelvoering waarmee je je wereld vormgeeft. Je kunt leren anders te kijken, anders te reageren, anders te bewegen. Wat vast lijkt te liggen, is in wezen veranderlijk.
Werken met Lojong
Stem je ademhaling af op je stappen en je stappen op je ademhaling. Terwijl je je linkervoet optilt en naar voren beweegt, adem je in. Wanneer je je rechtervoet optilt en verplaatst, adem je uit. Onderzoek wat je aan je manier van lopen kunt veranderen en hoe je je manier van ademen kunt aanpassen zodat je ademhaling en beweging in een vloeiende cadans samenvallen.

