Punt VI -wees vaardig in relaties
Don’t bring things to a painful point—Don’t humiliate others.
“Zet geen hoofd boven op je hoofd.”
Met andere woorden: als iets slecht is, is het slecht; maak het niet nog erger.
Deze slogan gaat specifiek over hoe we met anderen omgaan. Als iemand moeilijk of lastig is, maak die persoon dan niet nóg erger. Ga zijn of haar vele tekortkomingen niet uitvergroten en ga je ook niet zo gedragen dat juist die tekortkomingen sterker worden. Het tegenovergestelde is veel beter: zonder te verwachten dat iemand beter is dan hij of zij is, kun je je zó tot die persoon verhouden dat de problemen kleiner worden in plaats van groter.
Meestal gaat het zo: iemand is onaardig of lastig omdat zij – zoals we net hebben overdacht – een gewonde ledemaat heeft. Natuurlijk zal zij zich dan gedragen als iemand met een gewonde ledemaat, en dat zorgt ervoor dat bijna iedereen naar haar kijkt en denkt: “Wat een vreselijk mens.”
Meestal zeggen we dat niet rechtstreeks tegen haar, maar tegen elkaar. En zelfs dan vaak niet expliciet, maar subtiel: in grapjes of terloopse opmerkingen. Maar ook als de persoon het nooit letterlijk hoort, zal ze de boodschap toch duidelijk genoeg oppikken: uit blikken en gebaren, uit opmerkingen. Niemand kan níét voelen wat anderen over hem of haar denken.
De gewonde persoon herkent dan: “Kijk hoe iedereen mij behandelt. Ik zal wel echt een slecht mens zijn. Mensen mogen me niet. Nou, als ik zo ben, als mensen mij zo behandelen, dan zal ik ze wel eens wat laten zien. Dacht je dat dit al erg was? Wat dacht je hiervan!”
Op die manier versterken slecht gedrag en een slecht zelfbeeld elkaar. Wat al slecht was, wordt steeds erger. Waarschijnlijk is dit hoe zwaar gekwetste mensen ertoe komen een wapen te kopen en op hun werk of school collega’s neer te schieten.
De manier waarop we gewonde mensen behandelen is heel natuurlijk en logisch, maar die logica is fundamenteel fout. In plaats van vast te stellen dat iemand verschrikkelijk is en hem op basis daarvan ook zo te behandelen, zou het veel beter zijn die persoon met buitengewone vriendelijkheid te behandelen, juist omdat hij zo verschrikkelijk is. Is dat niet logischer?
Wij denken dat het natuurlijk en emotioneel juist is om lief en vriendelijk te zijn voor lieve, vriendelijke mensen en onaardig te doen tegen onaardige mensen. Maar het zou precies andersom moeten zijn. Als we kleinerend en gemeen móéten zijn, dan kunnen we dat beter doen tegen lieve, vriendelijke mensen, omdat het hen waarschijnlijk minder zal schaden; en als het hen al raakt, zal het hen niet volledig breken, omdat ze van zichzelf al vriendelijk en goed zijn.
Als we daarentegen vriendelijk en lief zijn voor iemand die verschrikkelijk is en die – juist doordat hij zo is – gewend is slecht behandeld te worden, kan onze vriendelijkheid hem veranderen. Ze kan hem verrassen, misschien zelfs shockeren tot beter gedrag.
En wat gebeurt er als we dit proces op onszelf toepassen? Als we geloven dat we slechte mensen zijn, behandelen we onszelf ook zo, en worden we als gevolg daarvan steeds slechter.
Maak niet alles zo pijnlijk.
Wanneer dingen pijnlijk zijn – in het contact met anderen of in je eigen geest – probeer dan de werkelijke pijn en het echte probleem te herkennen. Richt je dáárop. Probeer het niet uit te vergroten met eindeloos klagen of met een wildgroei aan gedachten, woorden en daden die het alleen maar erger maken.
Zet geen hoofd boven op je hoofd. Eén hoofd is genoeg.
De dingen worden op de spits gedreven. Je maakt ze groter dan ze zijn. Door ze steeds weer te herhalen, waardoor ze meer aandacht krijgen dan ze nodig hebben. Of door het gebruik van woordjes als alweer, nooit of altijd: ik ben niet vergeten melk mee te nemen, nee, ik ben alweer vergeten melk mee te nemen. En ineens gaat het niet meer over dit moment, maar over een hele geschiedenis. Wat nu gebeurt, wordt bewijs voor wat altijd al zo was. Het heden wordt belast met het verleden en bezwaard met de toekomst.
Niet uit kwaadaardigheid. Meestal omdat iets ongemakkelijk voelt. Pijnlijk. Onzeker. Niet af. En dat is een lastige plek om te verblijven. Dus doen we wat mensen doen: we maken het groter. Overzichtelijker. Duidelijker. We bouwen er een verhaal omheen waarin helder lijkt wie er fout zit, wat er had moeten gebeuren en hoe het voortaan anders moet.
Dat kan even opluchten. Het geeft richting, energie, soms zelfs een gevoel van rechtvaardigheid — al is die meestal maar van korte duur. Want de spanning die zo omzeild wordt, verhuist van het lichaam naar het hoofd. En vaak groeit ze daar gestaag verder.
Waarom blijven we herhalen, uitleggen, aandringen? Misschien omdat het ongemak, de emoties of de spanning moeilijk te verdragen zijn en een uitweg zoeken. Via woorden, via gelijk, via escalatie. En hun uitlaatklep vinden in dingen op de spits drijven.
Helpt dat? Vaak niet. Meestal leidt het tot verwijdering. Het gesprek verhardt, de relatie komt onder druk te staan. Wat samen gedragen had kunnen worden, wordt te zwaar.
Misschien kan er ook een andere weg gevonden worden. Niet in het forceren van een uitkomst, maar in het ontwikkelen van gevoeligheid voor het moment zelf. In opmerken wanneer je te ver gaat en er meer woorden zijn dan het gesprek aankan. Wanneer zorgvuldigheid omslaat in doorduwen.
Drijf zaken niet op de spits betekent dan niet dat je ophoudt met spreken, maar dat je de dingen terugbrengt naar hun werkelijke proporties. Dat je ze zo klein mogelijk maakt.
Niet om ze te bagatelliseren, maar om ze te zien voor wat ze zijn: dit moment, deze opmerking, dit gevoel. Niet meer, niet minder.
Als we het vermogen hebben om dingen groter te maken dan ze zijn, hebben we ook het vermogen om ze weer kleiner te maken. Om de weg terug te vinden van het grote verhaal naar de directe ervaring. Wat gebeurt er nu, werkelijk? En wat vraagt dit moment — niet straks, niet toen, maar nu?
Misschien begint die oefening juist in onze gesprekken. In het achterwege laten van dat ene woordje. In het laten rusten van oude koeien. In het verdragen van het niet-weten.
Niet alles hoeft af.
Niet alles hoeft gezegd.
Lojong 33: oefening 1
Oefening (doen)
- Merk het patroon op
- Pauzeer (3 ademhalingen)
- Kies één kleine handeling die het ego niet voedt.
Reflectie – Persoonlijk
- Waar in mij wordt deze slogan het vaakst geactiveerd?
- Wat probeer ik te beschermen (status, gelijk, veiligheid, beeld van mezelf)?
- Wat is één concreet alternatief gedrag dat ik vandaag kan doen?
Reflectie – / werkcontext
Wat is de meest “professioneel-compassievolle” volgende stap?
Waar sturen emoties onzichtbaar de inhoud of besluitvorming?
Welke norm (kwaliteit, reputatie, autonomie, harmonie) speelt hier mee?
Lojong 33: oefening 2
De Drammer is een primair ik dat is ontstaan om succes en overleving te garanderen. Hij werkt nauw samen met de Innerlijke Criticus om u “verder, verder en verder” te krijgen. In zijn destructieve vorm is hij nooit tevreden; zodra u een doel bereikt, verlegt hij de eindstreep, waardoor u als een windhond achter een kunsthaas aanrent die u nooit kunt vangen.
Om dit patroon te doorbreken en de Drammer te transformeren, zijn de volgende stappen nodig:
- Erkenning en Losmaken (Disidentificatie): U moet zich realiseren dat u de Drammer heeft, maar dat u hem niet bent. Zolang u samenvalt met de Drammer (u denkt dat u gewoon een harde werker bent), zit hij aan het stuur van uw ‘psychische auto’. Door hem te observeren als een aparte stem of energie, creëert u afstand en ontstaat het Bewuste Ego.
- De Polariteit Omarmen (De Kofferbak Openen): De Drammer kan alleen zo dominant zijn doordat zijn tegengestelde energie is verstoten en “opgesloten in de kofferbak”. De transformatie vereist dat u contact maakt met deze verstoten ikken, zoals:
- De Luiwammes / Genotszuchtige: Het deel dat wil ontspannen en genieten.
- De Loslater: Het deel dat controle durft op te geven.
- De ‘Zijn’-energie: De Drammer houdt u in een doe-toestand; de transformatie vereist toegang tot een zijn-toestand. Het doel is niet om de Drammer weg te doen, maar om tussen de tegenstellingen te staan (Drammer vs. Luiwammes) en vanuit het Bewuste Ego te kiezen wie er op welk moment mag rijden.
- De Angst Begrijpen: Achter de destructieve dwang van de Drammer zit vaak angst voor falen, armoede of afwijzing. De Drammer probeert u veilig te houden door te zorgen dat u succesvol bent. Door deze zorg te erkennen, hoeft hij niet meer zo hysterisch te duwen.
Behulpzame Oefening: Het Evalueren van de Agenda
Een specifieke oefening die in de bronnen wordt aangeraden om de greep van de Drammer (en de samenwerkende Criticus) te verslappen, is het evalueren van het programma dat hij voor u heeft uitgestippeld.
De Oefening: “Wat staat er op de agenda?”
- Inventariseer de Eisen: Pak een vel papier en schrijf op wat de Drammer (vaak via de stem van de Criticus) vindt dat u nu zou moeten doen.
- Hoeveel boeken liggen er op uw nachtkastje die u ‘moet’ lezen?
- Welke cursussen ‘moet’ u nog volgen?
- Welke fysieke prestaties (sporten, dieet) worden geëist?
- Hoeveel ‘nuttige’ taken staan er op uw to-do lijst die ten koste gaan van ontspanning?
- Erken de Onmogelijkheid: Bekijk de lijst en laat tot u doordringen hoezeer uw leven wordt beheerst door dit schema. Realiseer u dat de Drammer nooit tevreden zal zijn, zelfs niet als u alles afvinkt.
- Herzie het Programma (Keuzevrijheid): Maak u los van de eisen en bekijk het schema opnieuw vanuit uw Bewuste Ego.
- Streep door wat onterecht of onrealistisch is.
- Kies bewust wat u echt belangrijk vindt om te doen.
- Ruim bewust tijd in voor ontspanning of “nietsdoen” (de energie van de Luiwammes).
- Toestaan van “Gewoon Zijn”: Oefen met de gedachte: “Ik heb de vrijheid om gewoon te zijn”. De Drammer en Criticus willen vaak dat u “bijzonder” bent (de ‘Bijzonder-Expres’). Door uzelf toe te staan ‘gewoon’ te zijn en de perfectionistische prestatiedrang los te laten, neemt u de brandstof van de destructieve Drammer weg. Dit brengt onnoemelijk veel stress terug.
Het Resultaat: Wanneer de Drammer getransformeerd is tot bondgenoot, verdwijnt zijn dwangmatige karakter. Zijn energie blijft beschikbaar, maar wordt nu ingezet als discipline, uithoudingsvermogen en daadkracht op momenten dat u (het Bewuste Ego) daarvoor kiest, bijvoorbeeld om een klus af te maken of een doel te bereiken, zonder dat u zich opgejaagd voelt.
(vrij naar Norman Fischer, Training in compassie – Zen Teachings on the Practice of Lojong en de zenlessen van Arthur Nieuwendijk, Zen.nl Amsterdam)
Gerelateerd:
Lojong Slogan #20: Of the two witnesses, hold the principal one
Lojong Slogan #21: Always maintain a joyful mind
Lojong Slogan #26: Don’t Ponder Others
Lojong Slogan #28: Abandon any hope of fruition
Lojong Slogan #32: Don’t wait in ambush
Lojong Slogan #34: Don’t transfer the ox’s load to the cow
Lojong Slogan #36: Don’t act with a twist
Lojong Slogan #38: Don’t seek others’ pain as the limbs of your own happiness

